.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

LOUTERING

De laatste rustplaats als labyrint, symbool voor de confrontatie van de bezoeker met zijn eigen nietigheid en aanzet tot zelfreflectie.

Het 14e eeuwse epos van Dante Alighieri, zijn gevecht met een persoonlijke crisis, staat model voor de labyrintische weg: een reis door het hiernamaals, via Inferno, Purgatorio tot Paradiso.
Deze bezinningsreis wordt sequentiële ruimte; personages hierin zijn onbelangrijk. Het ‘zelf’ is hier object èn subject.

Men benadert het ossuarium slingerend, metafoor voor de vertwijfeling. Aangekomen betreedt men het ‘voorgeborchte’, daalt af in het Inferno: ontberingen, dwaling en schisma.
Centraal is Purgatorio: bezinning en terugkeer op het ‘rechte pad’. Hier heersen stilte en meditatie.

De ratio achterlatend over lichtend plaveisel bereikt men Paradiso, culminerend in het licht van de openbaring dat vanaf de hoogte van de toren neerdaalt.

De tocht is tegelijkertijd een zwijgende dialoog met 12000 zielen, zichtbaar als geritmeerde kastluikjes van verschillende houtsoorten in de wand en de vloer.